Adviesrapport genetische diversiteit biedt richtlijnen voor aanplant kloempen

Eco2eco experimenteert met verschillende manieren van bosverjonging. De belangrijkste daarvan is de aanplant van groepen, genaamd kloempen. Om meer inzicht te krijgen in de gewenste genetische diversiteit van de aanplantingen met kloempen, heeft Bosgroep Zuiderkempen onlangs INBO (Vlaams Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek) advies gevraagd. INBO heeft hier vervolgens een adviesrapport over geschreven.

Het volledige rapport kunt u inzien via deze link.

De belangrijkste bevindingen

  1. In het licht van de klimaatsverandering is het interessant om verschillende herkomsten van één soort te mengen in een bestand om de weerbaarheid binnen de soort te waarborgen;
  2. Voldoende licht en een brede kroon zijn belangrijke factoren om goede bloei en zaadzetting te verkrijgen;
  3. Het is belangrijk hoge genetische diversiteit na te streven bij nieuwe aanplanten door
    • per boomsoort voldoende kloempen per ha te voorzien;
    • plantsoen van zaad uit zaadboomgaarden te gebruiken;
    • eventueel het mengen van herkomsten.

Focus op genetische diversiteit in plaats van soortendiversiteit
Bij de omvorming van dennenaanplanten naar een meer divers bos is het dus zinvoller om meerdere kloempen aan te planten met genetisch divers materiaal van een beperkt aantal voor het bos nieuwe boomsoorten. Het blijkt minder effectief te zijn om een zo hoog mogelijke soortendiversiteit nastreven waarbij van sommige soorten maar een beperkt aantal individuen worden aangeplant.

Algemene richtlijn
Als algemene richtlijn kan men aanhouden dat op termijn op zijn minst 30 tot 40 volwassen individuen per hectare van dezelfde soort overblijven. Die kunnen dan met elkaar kruisen om zo een vitaal nageslacht te  realiseren. Bij heel kleine bossen kunnen naburige bossen ook in rekening gebracht worden. Tussen de volwassen bomen onderling is het van belang de afstand zoveel mogelijk te beperken. In de praktijk kan men bijvoorbeeld proberen om niet meer dan een halve kilometer afstand te laten tussen twee van deze volwassen bomen (waarbij uitzonderingen de regel mogen bevestigen).